Beuk zet steeds vaker alles op zaad, en dat kost de boom groeikracht
Bossen liggen vol beukennoten, maar volgens UGent-bosecoloog Kris Verheyen komen zulke uitschieters door de klimaatverandering veel vaker voor.
Wie deze herfst door een Vlaams bos wandelt, loopt over een tapijt van beukennoten. De beuk beleeft een zogenoemd mastjaar, waarin bomen veel meer zaad maken dan gewoonlijk, melden De Standaard en VRT NWS. Vorig jaar was het de beurt aan de eik. Bij de beuk bepaalt vooral de zomer van het jaar voordien of er een mastjaar komt, legt bosecoloog Kris Verheyen (UGent) uit aan VRT NWS.
Vroeger kwam een mastjaar ongeveer om de vijf à zes jaar voor, sinds het begin van deze eeuw is dat bij de beuk om de twee à drie jaar. Verheyen ziet de klimaatverandering als zeer waarschijnlijke oorzaak, gestaafd door lange meetreeksen uit Groot-Brittannië, België en Nederland. In Nederland meldt Nature Today, met onderzoekers van Wageningen University, al het veertiende jaar op rij beukennoten op de Veluwe, al zijn sommige nootjes leeg door de hete, droge zomer.
Goed nieuws voor de boom is dat niet. Veel zaad maken put de beuk uit, zeker in een jaar waarin hij door droogte al vroeg blad verloor. Bovendien werkt de overlevingsstrategie minder goed: als overvloed de regel wordt, groeien de populaties van muizen, eekhoorns en everzwijnen mee en eten ze meer zaad op. In Groot-Brittannië werden frequentere mastjaren al in verband gebracht met tragere boomgroei, aldus VRT NWS.